naambordje van nederlandse kinderliedjes met muziek kinderliedjeswebsite In de Overtuin







In de Overtuin

De website waar muziek in zit !






Kinderliedjes met beginletter:

       
       
       
       
       
       
       
       

Categorieën:

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Achtergrondinformatie
bij de kinderliedjes op het schoolplein


beschrijving en uitleg van
gebaren, spelletjes en dansjes




<<  Info bij
kinderliedjes
Home Info bij  >>
oude kinderliedjes




  Annemaria... koekoek!


Spelletje.

Eén kind staat met zijn gezicht naar een muur. Alle andere kinderen staan een flink aantal meters achter hem. Het kind roept 'Annemaria...' Zolang het kind naar de muur blijft kijken, mogen de andere kinderen naderbij sluipen. Plotseling roept het kind echter 'koekoek!' en kijkt om. De andere kinderen moeten dan stokstijf stil staan. Als het kind een ander ziet bewegen, is die af. Degene die als eerste het kind bij de muur op de schouder tikt, is hem nu, en het spel kan overnieuw beginnen.


Naar tekst Annemaria... koekoek.





Blijf zitten waar je zit


Rijmpje bij verstoppertje.

De kinderen spelen verstoppertje. Eén kind staat bij de buutplaats met zijn ogen dicht te tellen. Als degene die 'hem is' klaar is met tellen, roept hij luidkeels: 'Wie niet weg is is gezien, ik kom!', als teken dat hij begint met zoeken. Vooraf wordt afgesproken binnen welke grenzen van het huis of de straat/straten de kinderen zich zullen verstoppen.

Als degene die zoekt een ander kind vindt, rent hij naar de buutplaats en roept de naam van het kind, bijv.: 'Marjolijn, uitkomen!'. Het verstopte kind kan proberen hem te vlug af te zijn, voor de zoeker de buutplaats proberen te bereiken en roepen: 'buutvrij!'.

Als het kind dat zoekt, 'warm' is (dus dicht bij de verstopplek van een van de anderen), kunnen de kinderen die al 'af' zijn het rijmpje 'Blijf zitten waar je zit' gaan opdreunen, als teken dat het verstopte kind zich doodstil moet houden. Ze kunnen het echter ook opzeggen als de zoeker 'koud' is (ver uit de buurt van een verstopplek), om de zoeker op een dwaalspoor te brengen.

Als het spel te lang duurt en een laatste kind / paar kinderen zo goed verstopt zitten dat ze niet worden gevonden, dan kunnen de kinderen ook roepen: 'uitkomen!', als teken dat het spel wordt gestopt.


Naar tekst en muziek Blijf zitten waar je zit.





Bij ons in het dorp


Nazingliedje.

De eerste vier regels kunnen worden herhaald: iemand zingt de regel, de hele groep herhaalt deze regel, dan pas wordt de tweede regel gezongen, die wordt weer door de hele groep herhaald, enz.

Bij het refreintje wordt soms wel 'hoi' geroepen na de eerste drie zinnen.

Commentaar: 1e couplet: Achterhoeks.


Naar tekst en muziek Bij ons in het dorp.





Daar kwam een jager bij juffrouw Tingelingeling


Klapliedje.

Twee kinderen staan tegenover elkaar. Ze klappen beurtelings in hun eigen handen en diagonaal tegen de handen van de ander (dus: 1 klap zelf, 1 klap rechterhand tegen rechterhand, 1 klap zelf en 1 klap linkerhand tegen linkerhand), op de maat van de melodie. Op de woorden 'tingelingeling' en 'ting' maken ze een gebaar met hun rechterhand in de lucht, alsof ze een bel luiden.

Dit liedje was in de jaren vijftig al bekend.


Naar tekst en muziek Daar kwam een jager.





De boom die wordt hoe langer hoe dikker


Kinderliedje met spelletje.

De kinderen maken een lange rij door elkaars hand vast te houden. Het voorste kind blijft stilstaan en de andere kinderen lopen tijdens het zingen van het liedje om dit kind heen, zodat er een dikke kluwen van kinderen ontstaat. Het liedje wordt net zo lang herhaald tot het laatste kind niet meer verder kan lopen.

Het laatste kind kan nu terug lopen en zo de kluwen weer ontwarren, zodat er weer een lange rij kinderen ontstaat. Hierbij wordt het tweede coupletje steeds herhaald.


Naar tekst en muziek De boom die wordt.





De rivier de Rhône


Dansje (rijdans).

De kinderen staan in twee even lange rijen op ruime afstand tegenover elkaar. Beide rijen houden elkaars handen vast en de rijen lopen op de maat van de melodie vier stappen naar elkaar toe, vier stappen van elkaar af, weer vier stappen naar elkaar toe en weer vier stappen van elkaar af.

Dan pakken de voorste twee kinderen die tegenover elkaar staan (op 'met z'n tweeën') elkaars handen vast en strekken hun armen zijwaarts. Met acht galoppassen (zijwaarts huppelen) gaan ze tussen de twee rijen door naar het einde van de rijen. Dan gaan ze vier galoppassen terug en in vier galoppassen weer terug naar het einde van de rij. Daar sluiten ze achteraan aan. De andere kinderen klappen ondertussen op de maat.

Het lied wordt opnieuw ingezet en het dansje begint opnieuw. Het wordt net zo vaak herhaald tot alle kinderen aan de beurt zijn geweest.

De rivier de Rhône: vier passen naar voren met hele rij.
Is een wilde vloed: vier passen naar achteren.
Wil je oversteken: vier passen naar voren.
Kijk dan hoe dan moet: vier passen naar achteren.
Met z'n tweeën (...) overkant: acht galoppassen richting einde rij (twee kinderen).
En niet in de diepte kijken: vier galoppassen terug richting begin rij.
Hup we zijn aan land: vier galoppassen naar einde rij, achteraan aansluiten.


Naar tekst en muziek De rivier de Rhône.





Een twee drie vier vijf zes zeven


Kinderliedje met spelletje.

De kinderen staan in een kring. Eén kind staat in het midden met zijn ogen dicht. Onder het zingen van het liedje draait hij rond, terwijl hij zijn wijsvinger voor zich uitgestoken houdt. Als het liedje is afgelopen doet het kind zijn ogen open. Het kind naar wie hij wijst, moet hij dan een kus geven. Dat kind is vervolgens aan de beurt als het liedje wordt herhaald.


Naar tekst en muziek Een twee drie vier vijf zes zeven.





Eerste was de cococo


Dansliedje voor meisjes.

De meisjes gaan in een rij staan. Elke dans of beweging die genoemd wordt (elk laatste woord van de regel) wordt uitgebeeld.

cococo: heupen een keer heen en weer
modeshow: rechter arm sierlijk omhoog, hoofd naar achteren, poseren
hoelahoep: middel ronddraaien
split split: springen naar links en naar rechts
slangendans: van boven naar beneden een kurketrekkerbeweging (met armen omhoog)
Spaanse dans: rondje draaien
rok omhoog: gebaar van rok omhoog en weer naar beneden.

laatste coupletje:
op de eerste regel, eerste tel, wordt een kwart slag naar rechts gesprongen
op de tweede weer (iedereen staat nu met het gezicht de andere kant uit
op de derde regel weer
en op de vierde regel weer, zodat iedereen weer gewoon naar voren kijkt.

De laatste regel is geen correct Engels. Op het schoolplein werd het zo gezongen, maar waarschijnlijk moet het iets zijn als: I love you so my darling.


Naar tekst en muziek Eerste was de cococo.





Er is een vrouw vermoord


Klapliedje.

Een groep kinderen gaat in een kring staan. Ze steken hun armen naar elkaar uit, met de handpalmen naar boven. De rechterhand ligt steeds op de linkerhand van het kind dat er rechts van staat.

Bij de eerste tel slaat een van de kinderen met zijn rechterhand op de hand van degene die links van hem staat. Op de tweede tel slaat dit kind met zijn rechterhand op de hand van degene die weer links van hem staat, enz. Zo gaat het op de maat de kring rond.

slot:
Degene die op de laatste lettergreep op zijn hand wordt geslagen is af en moet de kring verlaten. Het lied wordt opnieuw gezongen, tot er één kind overblijft.


Naar tekst en muziek Er is een vrouw vermoord.





Er zat een klein zigeunermeisje


Kringliedje.

Een groep kinderen staat hand in hand in een kring. In het midden van de kring zit een meisje op haar hurken. Ze speelt dat ze huilt en de tranen uit haar ogen veegt. De andere kinderen zingen het liedje terwijl ze rondlopen.

Op 'sta op' staat het kind in het midden op en loopt in de tegengestelde richting langs de kinderen in de kring; deze huppelen nu. Tijdens 'want anders ben je af' staat de kring stil en kiest het kind een kind uit de kring. Tijdens 'lalala' dansen deze twee kinderen samen in het midden van de kring (bijv. door hun arm in elkaar te haken en zo rondjes te draaien), terwijl de overige kinderen stilstaan en klappen op de maat van de melodie. Het eerste kind voegt zich vervolgens in de kring en het gekozen kind gaat nu op haar hurken zitten. Het lied begint opnieuw.

Er bestaat ook een variant voor een jongetje: Er zat een klein kaboutertje (was mij in de jaren '70 niet bekend).


Naar tekst en muziek Er zat een klein zigeunermeisje.





Groen is gras


Kinderliedje met spelletje.

De kinderen vormen een kring door elkaars handen vast te houden en lopen rond. Eén kind staat buiten de kring en loopt in tegengestelde richting om de kring heen.

Op de woorden 'Hé daar' verbreekt het kind de kring en loopt door het midden van de kring heen naar de andere kant en gaat op 'jongedame' weer uit de kring. Hij loopt opnieuw buiten de kring. Op de woorden 'deze dame zal het zijn' tikt het kind een kind uit de kring op de schouder. Deze stapt uit de kring en houdt de hand van het ene kind vast. Zo vormen ze een kleine slinger.

Het lied herhaalt zich. Steeds wordt de kring op 'Hé daar' doorbroken, gaat de slinger op 'jongedame' de kring uit en wordt er op 'deze dame zal het zijn' een kind aangetikt, die zich bij de slinger voegt. Na het liedje een aantal keer te hebben herhaald, wordt de slinger al langer en de kring al kleiner. Om de hele slinger van kinderen door de kring heen te laten gaan, wordt het woord 'jongeda-a-a-ame' uiteindelijk heel lang uitgerekt gezongen.

Als er twee kinderen zijn overgebleven als kring, wordt het lied voor het laatst gezongen. Als het laatste kind is aangetikt, blijft er uiteindelijk één kind over. De lange sliert van kinderen vormt nu opnieuw een kring en het overgebleven kind moet buitenom lopen. Het spel kan weer opnieuw beginnen.


Naar tekst en muziek Groen is gras.





Hak en teen


Dansje.

De kinderen staan in twee rijen tegenover elkaar. De kinderen die tegenover elkaar staan vormen een paar. Er moet enige ruimte zijn tussen de paren.

hak: rechtervoet naar voren, hiel op de grond
en teen: grond aanraken met tenen van rechtervoet
je beide handen: drie keer klappen
op je knie: drie keer net boven je knie slaan
hak en teen: herhalen met linkervoet
la la la: de kinderen haken arm in elkaar en draaien om elkaar heen.

rechterhand: kinderen slaan rechterhanden drie maal tegen elkaar
linkerhand: kinderen slaan linkerhanden drie maal tegen elkaar
beide handen: drie keer klappen
op je knie: weer keer net boven je knie slaan
rechter- en linkerhand: herhalen (mogelijk hier al: lalala en ronddraaien)
la la la: opnieuw arm in elkaar haken en ronddraaien.

Dit liedje was indertijd niet zozeer bekend op het schoolplein, maar werd tijdens de lessen volksdansen geleerd.


Naar tekst en muziek Hak en teen.





Heb je wel gehoord van de zevensprong


Kinderliedje met dansje.

De kinderen staan in een kring en houden elkaars hand vast. Tijdens het liedje lopen ze rond. De eerste keer dat het liedje wordt gezongen, wordt er tot 1 geteld, de tweede keer tot 2, de derde keer tot 3, enzovoort tot en met 7.

Bij 'dat is één' staan de kinderen stil, laten ze elkaars hand los en zetten ze hun rechtervoet vooruit. De volgende keer herhalen ze deze beweging en zetten ze bij 'dat is twee' met hun linkerbeen een stapje naar voren. De derde keer wordt dit herhaald en wordt de beweging op 'dat is drie' toegevoegd, enzovoort.

Dat is één: rechtervoet naar voren.
Dat is twee: met linkervoet stapje naar voren.
Dat is drie: kniel op rechterknie.
Dat is vier: kniel op linkerknie.
Dat is vijf: rechterelleboog op de grond (hoofd steunt op hand).
Dat is zes: linkerelleboog op de grond (hoofd steunt op beide handen).
En dat is ze-e-ven: hoofd buigt naar de grond.


Naar tekst en muziek Heb je wel gehoord van de zevensprong.





I love you baby


Klapliedje.

Twee kinderen staan tegenover elkaar en klappen op de maat van de melodie.

1e tel: de ruggen van beide handen tegen die van de ander
2e tel: de handpalmen van beide handen tegen die van de ander
3e tel: klap in eigen handen
4e tel: beide rechterhanden tegen elkaar
5e tel: klap met eigen handen
6e tel: beide linkerhanden tegen elkaar
7e en 8e tel: beide keer in eigen handen klappen

Slot: tijdens 'love, love, love' steken de kinderen hun handen (beide handen gestrekt tegen elkaar) naar elkaar uit tot de punten van de vingers elkaar raken. Dan strijken ze ombeurten over de handen van de ander. Tel 1 t/m 4 wordt herhaald. De laatste 'love' in de slotmaat wordt uitgeroepen. De kinderen geven elkaar een 'high five' (ze slaan hoog in de lucht de linkerhanden tegen elkaar).


Naar tekst en muziek I love you baby.





Iene, miene, mutte


Aftelversje (kinderdreun).

Dit rijmpje om af te tellen wordt gebruikt om een willekeurig kind aan te wijzen, bijvoorbeeld om hem 'te zijn' bij tikkertje of verstoppertje. De kinderen gaan bij elkaar staan. Eén kind wijst steeds een kind aan (inclusief zichzelf), op volgorde waarop ze staan, op de maat van het rijmpje. Degene die wordt aangewezen op het laatste woord, is het kind van keuze.

Variant. Op een gegeven moment kunnen kinderen doorkrijgen bij welk kind je uitkomt (als je bijv. met z'n drieën bent en je begint altijd bij het kind naast je). Zo zouden ze de uitkomst kunnen beïnvloeden. Dan wordt er wel een langere variant van het rijmpje gebruikt. De tekst vervolgt dan met: Wie de slag van twalef heeft/kent, hoeft hem niet te wezen, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 , 9, 10, 11, 12.


Naar tekst en muziek Iene, miene, mutte.





Inkie pinkie rood, wit, blauw


Rijmpje met spelletje (wens doen).

Als twee kinderen toevallig precies op hetzelfde moment hetzelfde woord zeggen, kunnen ze dit spelletje doen.

De kinderen haken hun rechter pink in die van de ander. Ze schudden hun hand op de maat van het versje op en neer. Bij het laatste woord moeten ze kiezen voor ofwel rood, wit of blauw. Zeggen ze dezelfde kleur, dan mogen ze een wens doen (niet hardop natuurlijk, want dan komt hij niet uit).


Naar tekst Inkie pinkie rood, wit, blauw.





In spin de bocht gaat in


Liedje bij touwtjespringen.

Twee kinderen zwaaien een lang springtouw rond. De andere kinderen staan ernaast te wachten. Op de eerste zin springt het eerste kind in het zwaaiende touw en begint te touwtjespringen. Tijdens de tweede zin verlaat het kind het touw weer. De kunst is om het draaiende touw niet te verstoren. Het rijmpje wordt herhaald en het volgende kind is aan de beurt.


Naar tekst en muziek In spin de bocht gaat in.





Koekoek, zeg mij toch


Liedje bij touwtjespringen.

Het liedje begint tegelijk met het touwtjespringen. Het kind springt op de maat van het liedje en probeert zo lang mogelijk te blijven springen. Het tellen gaat net zolang door, tot het touwtjespringen misgaat. Het getal tot waar het kind komt, is gelijk aan het aantal jaren dat het zal leven.


Naar tekst en muziek Koekoek, zeg mij toch.





Oooo money money ma


Klapliedje.

Twee kinderen staan tegenover elkaar en klappen op de maat van de melodie.

1e 4 tellen tijdens 'oooo' (1e maat): de eigen handen worden kruislings naar de schouders gebracht
5e tel: de kinderen slaan op hun eigen knieën
6e tel: klap tegen elkaars handen
7e tel: klap tegen elkaars handen

Deze volgorde wordt herhaald bij de volgende regels (steeds een gebaar op elke tel).

Slot: na het liedje wordt wel 'poef!' geroepen en prikken de kinderen in elkaars zij.


Naar tekst en muziek Oooo money money ma.





Robinson, reizen in een luchtballon


Dansje.

De kinderen staan in een kring. Ze houden elkaars hand vast.

Op de maat van de muziek doen zij vier stappen naar voren en doen daarbij hun armen omhoog. Vervolgens (v.a. reizen) vier stappen naar achteren, armen weer naar beneden. Dit herhalen.

Tijdens het tellen (een twee drie vier): stap zijwaarts naar links (een), rechtervoet tegen de linker aanschuiven, voet blijft de grond raken (twee), weer een stap naar links (drie), en weer bijschuiven (vier).

Op de regel 'we dansen' huppelen de kinderen op de maat van de muziek zijwaarts naar links.

Vervolgens wordt er zijwaarts naar rechts gestapt: stap naar rechts (vijf), linkervoet bijschuiven (zes), weer een stap naar rechts (zeven), en weer bijschuiven (acht).

Op de regel 'moeder blaast' huppelen de kinderen op de maat van de muziek zijwaarts naar rechts. Hierna kan het liedje worden herhaald.

Dit liedje was indertijd niet zozeer bekend op het schoolplein, maar werd tijdens de lessen volksdansen geleerd. N.B.: Deze beschrijving kan enigszins afwijken van het officiële dansje.


Naar tekst en muziek Robinson, reizen in een luchtballon.





Rode bessen lust ik graag


Liedje bij het touwtjespringen.

Het liedje wordt gezongen tijdens het touwtjespringen. Aan het eind wordt het alfabet geroepen. Als het springen misgaat bij een bepaalde letter, is dat de eerste letter van de naam van de jongen die je leuk vindt.

Tekstvarianten: Rode bessen lust ik graag / Zwarte nog veel liever / Meisjes kussen doe ik graag / Jongens nog veel liever / Weet je wie ik tegen kwam / (naam) met een jongeman / Ik zou wel willen weten /Hoe die man dan heette / A B C D E ...

Of: Raad eens wie ik tegenkwam / (naam) met haar eigen man / A B C D E ... / Zoveel kusjes gaf je hem / 12345678...

Of: (naam) met haar liefste man / Hoe zal die toch heten / A B C D E ...

Of: 'k Zou zou graag eens willen weten / Hoe die jongen wel zal heten / A B C D E ...


Naar tekst en muziek Rode bessen lust ik graag.





Schipper, mag ik overvaren


Kinderliedje met spelletje: overlopertje.

De kinderen staan aan één kant van de ruimte (een schoolplein of gymzaal bijvoorbeeld). Eén kind staat in het midden van de ruimte en is de 'schipper'. De kinderen zingen het liedje. Op de vraag 'ja of nee' moet de 'schipper' antwoorden met 'Ja' of 'Nee'. Zegt hij 'Nee', dan mogen alle kinderen naar de ander kant van het plein / de zaal hollen.

Zegt de 'schipper' echter 'Ja', dan vragen de kinderen in koor: 'Hoe?'. De 'schipper' verzint dan een manier waarop de kinderen aan de overkant moeten zien te komen, bijvoorbeeld: hinkelend, huppend, springend, huppelend, zijwaarts springend, al ronddraaiend, kruipend o.i.d. De 'schipper' moet zelf echter ook op de aangegeven manier voortbewegen. Hij moet nu proberen om een van de kinderen te tikken. Als dat lukt, dan is dat kind de 'schipper' en moet in het midden van de ruimte gaan staan.


Naar tekst en muziek Schipper, mag ik overvaren.





Sur le pont d'Avignon


Kinderdansje.

Geen officieel dansje bekend.

Kinderen dansen bijvoorbeeld een simpel rondedansje tijdens het zingen van dit liedje. Bijv: armen in elkaar haken en rond elkaar dansen, bij elke zin wisselen van arm en de andere kant rondgaan.


Naar tekst en muziek Sur le pont d'Avignon.





Twee boerenkinderen die dansen in de kring


Kringlied.

Beschrijving van het dansje gezocht.

Geen officieel dansje bekend. Uit de tekst lijkt het te gaan om een kringdans. De kinderen staan in een kring. Twee kinderen dansen samen in het midden. Op 'kom jij d'r maar eens in' kiezen ze elk een ander kind om mee te dansen. De oorspronkelijke twee kinderen voegen zich dan op een bepaald moment in de kring van kinderen en de twee gekozen kinderen dansen met elkaar in het midden als het lied opnieuw begint.


Naar tekst en muziek Twee boerenkinderen die dansen in de kring.





Twee emmertjes water halen


Kinderliedje met spelletje.

De kinderen staan in twee lange rijen tegenover elkaar. Twee kinderen die tegenover elkaar staan, vormen samen een paar.

Regel 1-5: de twee kinderen houden kruislings elkaars handen vast en bewegen hun armen naar voren en achteren (tegelijk rechterarm naar voren en linkerarm naar achteren en vervolgens omgekeerd).
Regel 6-7: de kinderen stappen achteruit en klappen met hun handen op de maat van de melodie. Het voorste paar kinderen houdt elkaars handen vast, huppelt zijwaarts tussen de rijen door en sluit achteraan aan.
Regel 8-9: Het paar dat dan vooraan staat volgt.
Regel 10-11: Het paar dat dan vooraan staat volgt.
Regel 12: alle kinderen stappen weer naar elkaar toe en het spel begint overnieuw.


Naar tekst en muziek Twee emmertjes water halen.





Waarom zo treurig


Dansje.

De kinderen staan in een ruime kring en houden elkaars hand vast. Het moet een even aantal kinderen zijn en van te voren zijn tweetallen afgesproken, die naast elkaar staan.

Op de maat van de muziek lopen de kinderen in de kring zijwaarts naar links: stap naar links met linkervoet (op waar), dan de rechtervoet voor de linker langs en er net voorbij zetten, dan weer stap naar links met linkervoet (op treur), weer de rechtervoet er voorbij zetten, nog tweemaal (op warm en zon).

Op Minoeshka stampen de kinderen driemaal met hun voeten (rechts, links, rechts).

Volgende twee regels: het naar links opzij lopen herhaalt.

De tweetallen gaan nu met hun gezicht naar elkaar toe staan. Zij geven elkaar de rechterhand.

Op 'hoor' huppelen zij (langs de rechterkant) langs elkaar heen. Zij komen nu tegenover een kind te staan van het tweetal dat naast ze stond. Ze geven dat kind nu hun linkerhand (op 'hoor') en huppelen er weer langs (nu langs de linkerkant). Zij komen opnieuw tegenover een nieuw kind te staan en geven nu weer de rechterhand (op 'dans'), huppelen verder, geven de linkerhand (op 'weg'), huppelen verder, enz.

Dit liedje was indertijd niet zozeer bekend op het schoolplein, maar werd tijdens de lessen volksdansen geleerd.


Naar tekst en muziek Waarom zo treurig.





Wij zijn rijke rijke rijke marione marionetten


Kinderliedje met spelletje.

De kinderen zijn in twee groepen verdeeld. Ze staan in rijen tegenover elkaar, armen in elkaar gehaakt. Tijdens het zingen van het eerste coupletje loopt of huppelt de ene groep (de rijke) op de maat naar voren, terwijl de andere groep (de arme) achteruit loopt. Bij het volgende coupletje lopen de rijken achteruit en de armen vooruit. Als er geen ruimte is: steeds vier passen vooruit en vier passen achteruit. Ook wel loopt alleen die rij die op dat moment zingt en staat de andere rij stil.

Tijdens het laatste coupletje wisselt er een kind van groep.

Het lied kan vervolgens herhaald worden, waarbij de groepen van rol wisselen.


Naar tekst en muziek Wij zijn rijke marionetten.





Witte zwanen, zwarte zwanen


Kinderliedje met spelletje.

Bij dit liedje hoort een spelletje dat kan worden gebruikt om kinderen in twee willekeurige groepen te verdelen.

Twee kinderen vormen een poortje door hun handen zo hoog mogelijk tegen elkaar te houden. In het geheim hebben ze van te voren iets afgesproken: de een is de (gouden) appel en de ander is de (gouden/zilveren) peer.

De andere kinderen gaan tijdens het zingen van het liedje in een lange rij onder het poortje door. Op het laatste woord (vaak langgerekt gezongen) doen de twee kinderen hun armen naar beneden en vangen een kind. Dit kind moet kiezen: appel of peer? Hij moet het woord van zijn keuze zachtjes fluisteren en achter het kind van zijn keuze gaan staan.

Het spel herhaalt zich tot alle kinderen een kant hebben gekozen.

Commentaar: het woord 'Engeland' wordt ook wel opgevat als 'engelland'. Het liedje heeft dan een religieuze betekenis.


Naar tekst en muziek Witte zwanen, zwarte zwanen.





Wie heeft de pet van tante Jet?


Dialoog.

Eén van de kinderen zet in met de beginvraag. Hij kiest de eerste naam. Dat kind antwoord en noemt een andere naam. De dialoog gaat door tot alle kinderen in de groep een keer zijn genoemd.

In het bijzonder gedaan tijdens de busreis op een schoolreisje of op een schoolkamp.


Naar tekst en muziek Wie heeft de pet van tante Jet.





 
Alle liedjes met gebaren, spelletjes of dansjes:
zoek kinderliedjes op thema


Of ga naar:
kinderliedjes van het schoolplein






<<  Info bij
kinderliedjes
Home Info bij  >>
oude kinderliedjes



       


Volksliedjes       Songteksten       Dutch children's songs

Home         Zoek         Links         Weblog         Gastenboek         Colofon