naambordje van nederlandse kinderliedjes met muziek kinderliedjeswebsite In de Overtuin







In de Overtuin

De website waar muziek in zit !






Kinderliedjes met beginletter:

       
       
       
       
       
       
       
       

Categorieën:

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Achtergrondinformatie
bij de kinderliedjes


beschrijving en uitleg van
gebaren, spelletjes en dansjes



<<  Info bij
oude kinderliedjes
Home Info bij  >>
liedjes schoolplein




  Advocaatje ging op reis


Kinderliedje met gebaren.

Regel 1 en 3 couplet: klap afwisselend in handen en op schoot op de maat van de melodie.
Regel 2 en 4: op 'tiereliereliere' de handen rond elkaar draaien.

Regel 1 en 3 refrein: klap in handen (op 'met'), tik met je rechterhand tegen je hoofd (op 'hoed'), klap in handen (op 'op') en tik met je rechterhand op je linker onderarm (op 'arm').
Regel 2 en 4: op 'tiereliereliere' de handen rond elkaar draaien.


Naar tekst en muziek Advocaatje ging op reis.





Ben je boos?


Opzegversje.

Dit rijmpje wordt opgezegd voor een kind dat boos is (door een volwassene of ander kind). Vaak als reactie op de opmerking: "Ik ben boos!".

Het wordt alleen gebruikt als er niet zoveel aan de hand is, of er niets aan te doen is. Bij ernstigere zaken kan het probleem natuurlijk beter worden uitgepraat. De bedoeling is dat door het rijmpje de boze bui van het kind over drijft.


Naar tekst Ben je boos.





Daar komt een muisje aangelopen


Rijmpje met spelletje.

Volwassene zit met baby/peuter op schoot. Tijdens het opzeggen van het rijmpje 'loopt' de volwassene met twee vingers vanaf het buikje van het kind naar het halsje. Op het laatste woord kietelt de volwassene in het nekje of achter het oor van het kind.

De intonatie gaat bij het opzeggen van het rijmpje langzaam omhoog om de spanning op te voeren.


Naar tekst Daar komt een muisje.





Dag Jan! Dag Piet!


Opzegversje uit Nederlands-Indië.

De dialoog wordt door twee kinderen opgezegd. Tijdens het spreken wordt de neus dichtgeknepen.

Commentaar: dit opzegrijmpje is afkomstig uit Nederlands-Indië. Marijke leerde het rond 1960 van tante Nell, die daar had gewoond.


Naar tekst Dag Jan, dag Piet.





Deze vuist op deze vuist


Kinderliedje met gebaren.

De kinderen gaan bij elkaar staan. Tijdens het zingen stapelen ze hun vuisten op elkaar, zodat er een toren ontstaat. Als er geen handen meer over zijn, worden de onderste weggehaald en bovenop de toren met vuisten geplaatst.

Zie voor eenzelfde spelletje het liedje "Olleke bolleke rubisolleke".

Achtergrondinformatie. Het liedje "Deze vuist op deze vuist" stamt uit het televisieprogramma De film van ome Willem (1974-1990). Het werd aan het einde van het programma gezongen door Ome Willem (Edwin Rutten) en alle kinderen uit het publiek mochten meedoen.

Tekst: Willem Wilmink.
Muziek: Harry Bannink.


Naar tekst en muziek Deze vuist op deze vuist.





Duimelot is in het water gevallen


Vingerversje of vingerrijmpje.

Tijdens het opzeggen van het versje wordt bij elke zin een vinger (opgestoken en) aangewezen, achtereenvolgens: de duim, de wijsvinger, de middelvinger, de ringvinger en de pink.


Naar tekst Duimelot is in het water gevallen.





Een Nederlandse Amerikaan (van voor naar achter)


Kinderliedje met bewegingen.

Tijdens het refrein buigen de kinderen mee met de woorden van de tekst: naar voren, naar achteren, naar links en naar rechts.


Naar tekst en muziek Van voor naar achter.





Een treintje ging uit rijden


Kinderliedje met gebaren.

Regel 5: een kind verzint een gebaar (zwaaien, klappen o.i.d.)
Regel 7: de andere kinderen doen het gebaar na.

Tekst en muziek: Herman Broekhuizen.

Waarschijnlijk uitgezonden door het radioprogramma Kleutertje luister (1946-1975). Verschenen op de lp Zingen in de kring (deel 2, zonder jaar) door Kinderkoor Jacob Hamel onder leiding van Herman Broekhuizen.


Naar tekst en muziek Een treintje ging uit rijden.





Een ... tien, wie niet weg is is gezien


Verstoppertje.

Dit rijmpje wordt door jonge kinderen gebruikt bij verstoppertje spelen. Eén kind gaat met zijn ogen dicht naar de muur of een boom staan. Hij roept luidt het rijmpje, gevolgd door: "Ik kom!".

Als de zoeker in de buurt is van een verstopt kind (als hij "warm" is), dan kunnen andere kinderen, die al "af" zijn, het verstopte kind waarschuwen door het tweede rijmpje luidkeels op te zeggen. Het verstopte kind wordt zo aangespoord om zich zo stil mogelijk te houden.

Het wordt echter ook wel opgezegd als de zoeker juist "koud" is, dus geheel niet in de buurt van een verstopt kind, om hem op een dwaalspoor te brengen.

Als een kind wordt gevonden, dan rennen ze om het hardst naar de buutplaats. Als de zoeker het eerst arriveert, is het kind "af", als het verstopte kind het eerst arriveert en "buut vrij!" roept, heeft dat kind gewonnen.

Oudere kinderen gebruiken het telrijmpje niet, zij tellen tot honderd en roepen dan zo luid mogelijk: "Honderd, ik kom!".


Naar tekst Wie niet weg is is gezien.





Faya sitong no brong mi so


Dit is een Surinaams liedje dat oorspronkelijk geen kinderliedje was, maar werd gezongen door slaven in Suriname, die op plantages van Nederlandse eigenaren werkten.

De betekenis is: "Hete steen, brand me niet zo, brand me niet zo / Alweer vermoordt meneer Jan een mensenkind". Waarschijnlijk verwijst het liedje naar het brandmerken van de slaven. De "Jan" verwijst mogelijk naar een (of "de") Nederlandse plantagebezitter of opzichter.

Surinaamse woorden: faya is heet; ston is steen; no is niet; bron is branden; mi is mij; so is zo / agen is alweer; masra is meneer of meester; kiri is vermoorden; sma is mens; pikin is kind.

Het wordt dan ongeveer zo uitgesproken: faja siton(g) no brong mi so, no brong mi so / adjien masjra Jan (mogelijk "Djan") (te/sa?) kierie soema pitjien.

Als kinderen zongen wij de tekst enigszins verbasterd. Zoals bij alle liedjes op deze website, heb ik de tekst opgenomen zoals ik die als kind heb gezongen.


Naar tekst en muziek Faya sitong no brong mi so.





Hik sprik sprauw


Rijmpje bij de hik.

Dit rijmpje wordt opgezegd door een kind als het (langdurig) de hik heeft.

Als gewone huismiddeltjes niet helpen (zoals de adem inhouden, water drink (op de kop), op een schepje suiker zuigen, laten schrikken e.d.) dan wordt de hik aan iemand anders toegewenst.


Naar tekst Hik sprik sprauw.





Hoofd, schouders, knie en teen


Kinderliedje met gebaren en bewegingen.

De kinderen staan tijdens het zingen. Op het betreffende woord raken de kinderen achtereenvolgens hun hoofd, schouders, knieëen en tenen aan. Hetzelfde bij oren, ogen en puntje van de neus. Tijdens de woorden 'puntje van je neus' draaien de kinderen bovendien een rondje.

De coupletjes kunnen worden herhaald met steeds de weglating van 1 woord (hoofd wordt niet meer gezongen, alleen geneuriet en aangeraakt; vervolgens hoofd en schouders; dan hoofd, schouders en knie; enz.), totdat alles alleen nog wordt uitgebeeld en alleen nog 'puntje van je neus' wordt gezongen. Dit is zo lastig vol te houden, dat het liedje zelden tot zover wordt gezongen. Ook kan er een wedstrijdje van worden gemaakt: wie zich vergist en het woord toch zingt, is af.


Naar tekst en muziek Hoofd, schouders, knie en teen.





Hortsik, paardje


Knieliedje.

Kind zit op schoot bij een volwassene, gezichten naar elkaar. De volwassene houdt het kind stevig vast bij de polsen. Tijdens het zingen beweegt de volwassene zijn benen op de maat op en neer, zodat het kind schudt alsof het paardrijdt. Op de laatste tel doet de volwassene zijn benen uit elkaar, zodat het kind naar beneden valt. De volwassene houdt het kind goed vast, zodat het niet de grond raakt.


Naar tekst en muziek Hortsik paardje.





Iene miene mutte


Aftelversje (kinderdreun).

Dit rijmpje om af te tellen wordt gebruikt om een willekeurig kind aan te wijzen, bijvoorbeeld om hem 'te zijn' bij tikkertje of verstoppertje. De kinderen gaan bij elkaar staan. Eén kind wijst steeds een kind aan (inclusief zichzelf), op volgorde waarop ze staan, op de maat van het rijmpje. Degene die wordt aangewezen op het laatste woord, is het kind van keuze.

Variant. Op een gegeven moment kunnen kinderen doorkrijgen bij welk kind je uitkomt (als je bijv. met z'n drieën bent en je begint altijd bij het kind naast je). Zo zouden ze de uitkomst kunnen beïnvloeden. Dan wordt er wel een langere variant van het rijmpje gebruikt. De tekst vervolgt dan met: Wie de slag van twalef heeft/kent, hoeft hem niet te wezen, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 , 9, 10, 11, 12.


Naar tekst en muziek Iene miene mutte.





Ik stond laatst voor een poppenkraam


Kinderliedje met gebaren.

Regel 2: handen langs de wangen houden, grote ogen opzetten, op de maat van 'oh, oh, oh' hoofd en handen heen en weer bewegen.
Regel 4: op de maat van 'zo, zo, zo' met een hand drie hoogtes aangeven, van laag naar hoog.
Regel 7-9: kind verzint een gebaar en doet het voor op regel 7. Op regel 8 en 9 doen de andere kinderen het gebaar na. Bijv.: zwaaien, op knieën slaan, handen rond elkaar draaien, klappen, o.i.d.


Naar tekst en muziek Ik stond laatst voor een poppenkraam.





In de maneschijn


Kinderliedje met gebaren.

Regel 1: met handen een ronde vorm in de lucht 'tekenen' (de volle maan), beide keren op 'maneschijn'.
Regel 2: nabootsen alsof je op een trapje naar boven klimt; met handen een klimmende beweging naar boven maken. Op 'raamkozijn' een vierkant in de lucht tekenen met beide handen.
Regel 3: drie keer met opgeheven wijsvinger schudden op 'raadt het niet'; gebaar herhalen als de tekst herhaalt.
Regel 4: met twee handen wapperen als vleugels; met twee handen tegen elkaar zwembewegingen maken.
Regel 5: met de rechterhand poetsbewegingen maken op de linkerhand.
Regel 6: op 'één' 1 vinger opsteken; op 'twee' een tweede vinger erbij opsteken.
Regel 7: op 'dikke dikke dikke' de armen wijd rond de middel houden (om een dikke buik te suggereren) en heen en weer schudden.
Regel 8: op 'recht' een gestrekte arm naar voren; op 'krom' deze arm buigen.
Regel 9: andere arm eveneens krom voor het lichaam houden en beide handen om elkaar heen laten draaien. Op 'rom bom': 1 keer klappen en 1 keer met handen op schoot klappen.


Naar tekst en muziek In de maneschijn.





In Holland staat een huis


Kringspel.

De kinderen lopen hand in hand in een kring rond. Bij het tweede couplet, 'In dat huis daar woont een heer', stapt één van de kinderen in de kring. Tijdens het derde couplet kiest dit kind de 'vrouw'. Dit herhaalt zich. Afhankelijk van de groepsgrootte kan het aantal coupletten worden uitgebreid. De kring moet groot genoeg blijven om de gekozen kinderen te omvatten.

Tijdens de tweede helft van het liedje verlaten de kinderen in omgekeerde volgorde de kring en komen buiten de kring te staan (ze kunnen eventueel buiten de kring tegen de richting van de kring in rondlopen).

Tijdens het coupletje 'En nu steken ze het huis in brand' staan de kinderen stil en strijken denkbeeldige lucifers af en doen alsof ze iets in brand steken (de kinderen buiten de kring doen hieraan mee, zodat ze zich weer in de groep voegen). In het eropvolgende coupletje 'En nu bouwen we het huis weer op' beelden zij door het opeenstapelen van vuisten uit dat het huis weer wordt opgebouwd.

Tijdens het laatste couplet lopen alle kinderen weer hand in hand rond in de kring.

Het kan tevens gebruikt worden om het spel opnieuw te beginnen, zodat kinderen die nog niet waren gekozen de gelegenheid krijgen om aan de beurt te komen.

Commentaar: het kiezen en vervolgens in omgekeerde volgorde weer verliezen, kan symbolisch worden opgevat - voor het opbouwen van zekerheden in het leven, en het op latere leven weer verliezen van die zekerheden.


Naar tekst en muziek In Holland staat een huis.





Jan Huygen in de ton


Kinderliedje met spelletje.

De kinderen vormen een kring en houden elkaars hand vast. Tijdens het zingen van het liedje lopen ze rond. Op het laatste woord laten ze elkaars hand los en laten zich achterover vallen.

Commentaar: Jan Huygen van Linschoten (ca. 1563-1611) was een ontdekkingsreiziger in de 17e eeuw. Hij woonde het grootste deel van zijn leven in Enkhuizen. Hij maakte reizen naar o.a.: Indië en Nova Zembla en publiceerde hier verschillende boeken over.

De ton in het liedje verwijst naar een ton op een paal die een van de noordelijke eilanden markeerde. Duigen zijn de gebogen houten planken die samen een ton vormen.


Naar tekst en muziek Jan Huygen in de ton.





Klap eens in je handjes


Kinderliedje met gebaren.

Regel 1: klappen op de maat van de muziek.
Regel 2: handen op je hoofd leggen, hoofd heen en weer wiegen op de maat.
Regel 3: armen in de hoogte steken en handen in de zij zetten.
Regel 4-5: met vingers de beweging van golven nadoen, terwijl de handen heen en weer bewegen.


Naar tekst en muziek Klap eens in je handjes.





Kniebel knabbel knuisje


Rijmpje met spelletje.

Volwassene gaat door zijn knieën en spreidt zijn armen wijd open. Door het opzeggen van het rijmpje nodigt hij de dreumes/peuter uit om naar hem toe te hollen en in zijn armen te vallen. Het kind wordt dan (opgetild en) geknuffeld.

Ook een kindje dat net leert lopen, kan worden uitgenodigd om net een paar losse stapjes van bijv. de bank naar zijn moeder te zetten.

Het spelletje werd ook gedaan met enkel de zin: "Wie komt er in mijn huisje?".

De langere tekst gaat waarschijnlijk terug op het sprookje van Hans en Grietje, waarin de heks zegt: "Knibbel knabbel knuisje, wie knabbelt er aan mijn huisje?".


Naar tekst Kniebel knabbel knuisje.





Koppie stoot


Rijmpje om kind te troosten.

Dit rijmpje wordt door een volwassene (op medelijdende toon) opgezegd om een kind te troosten als die zijn hoofd heeft gestoten. Het kind kan op schoot zitten en/of worden vastgehouden en eventueel kan er een kus op de zere plek worden gegeven ("Kusje? Over!"). Het kind wordt getroost tot de ergste pijn is weggetrokken.

Het rijmpje wordt vanzelfsprekend alleen gebruikt in lichte gevallen, of nádat er een arts naar heeft gekeken en het blijkt mee te vallen.


Naar tekst Koppie stoot.





Naar bed, naar bed, zei Duimelot


Vingerversje of vingerrijmpje.

Tijdens het opzeggen van het versje wordt bij elke zin een vinger (opgestoken en) aangewezen, achtereenvolgens: de duim, de wijsvinger, de middelvinger, de ringvinger en de pink.


Naar tekst Naar bed, naar bed, zei Duimelot.





Olleke bolleke rubisolleke


Rijmpje met spelletje.

Twee kinderen stapelen op de maat van het rijmpje hun vuisten beurtlings op elkaar. Als er geen handen meer over zijn, wordt de onderste vuist bovenop de toren gezet. Op het woord 'knol', dat wordt uitgeroepen, laten de kinderen de toren instorten.


Naar tekst Olleke bolleke rubisolleke.





Opa Bakkebaard


Kinderen kunnen zelf bezigheden verzinnen. De kinderen zingen gezamelijk het refrein. Beurtelings mogen ze een activiteit verzinnen. Het kind zing de eerste twee regels van het couplet, waarna de anderen invallen.

Voorbeelden: hij roert de soep met een lepel; hij melkt de koe op een krukje; hij wiedt de tuin met een schoffel; hij knipt zijn baard met een schaartje; hij voert de geit uit een bakje; hij bakt een ei op een vuurtje; hij leest een boek op een bankje; hij gaat naar bed met een slaapmuts.
Ook grappige activiteiten mogelijk: hij naait zijn broek met een spijker; hij schrobt de vloer met een tandenborstel; enz.

Tekst en muziek: Herman Broekhuizen.

Waarschijnlijk uitgezonden door het radioprogramma Kleutertje luister (1946-1975). Verschenen op de lp's Kleuterdeuntjes (deel 1, zonder jaar) en Zingen in de kring (deel 1, zonder jaar) door Kinderkoor Jacob Hamel onder leiding van Herman Broekhuizen.

Commentaar: het is onzeker welke coupletjes bij de oorspronkelijke tekst horen (mogelijk: hij veegt de vloer met een bezem; en hij naait zijn broek met een spijker).


Naar tekst en muziek Opa Bakkebaard.





Papegaaitje leef je nog


Klapliedje.

Twee kinderen zitten tegenover elkaar.
Regel 1 en 3: de kinderen klappen afgewisseld eenmaal in hun eigen handen en eenmaal diagonaal tegen de handen van de ander (dus: 1 klap zelf, 1 klap rechterhand tegen rechterhand, 1 klap zelf en 1 klap linkerhand tegen linkerhand) op de maat van de muziek.
Regel 2 en 4: het kind tikt zijn eigen schouders en vervolgens de eigen heupen aan (dit herhalen) op de maat van de muziek.
Regel 5-6: hetzelfde als regel 1 en 3.
Regel 7: hetzelfde als regel 2 en 4.
Slotwoord: op 'poef' proberen de kinderen elkaar in hun zij te prikken of te kietelen.


Naar tekst en muziek Papegaaitje leef je nog.





't Regent op de brug


De bewegingen die in het liedje worden genoemd, kunnen worden uitgevoerd tijdens het zingen. Geen officieel dansje bekend.

Tekstvariant: in de jaren '70 werd ook gezongen: "Kom mijn zusje, dans met mij".


Naar tekst en muziek 't Regent op de brug.





Ri-ra-roets, we rijden in een koets


Op het ritme van het liedje kunnen allerlei verschillende vervoersmiddelen worden verzonnen.

Voorbeelden:
ri-ra-rus - bus - autobus
ri-ra-rem - tram - paardentram
ri-ra-rar - kar - boerenkar
ri-ra-riets - fiets - dames/heren/jongens/meisjes-fiets
ri-ra-rep - step - autoped


Naar tekst en muziek Ri-ra-roets, we rijden in een koets.





Sliep uit


Opgezegd als kinderdreun. Versje om een ander kind uit te lachen, licht te bespotten of uit te jouwen, gevoelswaarde vergelijkbaar met de uitdrukking "lekker puh!". Bijvoorbeeld een kind probeert een ander kind in het zwembad te duwen; dit lukt niet maar hij valt er wel zelf in. Het tweede kind kan nu vanaf de kant "sliep uit, sliep uit" roepen.

Het woord "uitsliepen" betekent "bespotten".

Bij het opzeggen van het versje wordt met de rechter wijsvinger herhaaldelijk over de naar voren gestrekte linker wijsvinger gestreken (van het lichaam af). Het gebaar lijkt op het slijpen van een mes (dit door de associatie met het woord "slijpen" of "scharensliep").

Het zinnetje wordt ook gebruikt zonder de tweede regel.


Naar tekst Sliep uit.





Tingelingeling deurtje open


Spelletje voor klein kindje, soms om kindje aan te moedigen om te eten.

Bij elke zin raakt de volwassene een onderdeel van het gezicht van het kindje aan.

Tingelingeling - aan oorlelletje trekken
deurtje open - linkerooglid omhoog schuiven
deurtje dicht - rechterooglid naar beneden schuiven
trapje lopen - over de neus naar beneden lopen
voetjes vegen - onder de neus heen en weer vegen
binnen! - met je wijsvinger of lepel eten mondje binnengaan


Naar tekst Tingelingeling deurtje open.





Toen Jonas in de walvis zat


Kinderliedje met spelletje: jonassen.

Tijdens het liedje wordt een kind 'gejonast'. Twee volwassenen of oudere kinderen pakken een kind bij zijn polsen (of onder de oksels) en zijn enkels, zodat het kind languit tussen hen in hangt. Het kind wordt heen en weer gezwaaid op de maat van het liedje. Op 'drie' (op de laatste tel) wordt het kind neergegooid bijv. op een bed of een bank (eventueel in zee of een zwembad). Voorzichtigheid is geboden want het kan gevaarlijk zijn als een kind voortijdig valt of verkeerd terechtkomt.


Naar tekst en muziek Toen Jonas in de walvis zat.





Toen onze mop een mopje was


Kinderliedje van Jan Goeverneur (1809-1889).
In: Fabel- en versjesboek (z.j.) en De zingende kinderwereld (1865).

Toen onze mop een mopje was
Was 't aardig om te zien;
Nu bromt hij alle dagen
En bijt nog buitendien.

"Je bent een recht bedorven dier!
Eerst at je, wat ik bood;
Nu wil je lekk're beetjes
En lust niet eens meer brood."

De mop zei hierop tot den knaap:
"Hoe dwaas praat gij daar toch!
Hadt gij mij niet bedorven,
'k Was een lief mopjen nog."


Naar tekst en muziek Toen onze mop een mopje was.





Torentje torentje bussekruit


Twee kinderen zingen het liedje. Tijdens het zingen stapelen ze hun vuisten op elkaar op de maat van het liedje. De onderste vuist wordt steeds weer boven gezet.

Op de laatste zin stort het torentje van vuisten in.

Het vuisten stapelen is vergelijkbaar met de liedjes "Olleke bolleke rubisolleke" en "Deze vuist op deze vuist".


Naar tekst en muziek Torentje torentje bussekruit.





Waarom? Daarom!


Opzegversje.

Dit rijmpje wordt opgezegd door een kind, als het kind "Waarom?" vraagt, en een ander kind of de volwassene maakt zich ervan af door te antwoorden met "Daarom". Ook volwassenen kunnen het opzeggen als een kind "Daarom" antwoordt.

Door het opzeggen van het rijmpje wordt aangegeven dat het antwoord "Daarom" niet volstaat en dat er een betere uitleg verwacht wordt.


Naar tekst Waarom? Daarom.





Waarom zijn de bananen krom


Opzegversje (dialoog).

De vraag wordt gesteld door een volwassene, aan een kind dat erg vaak "waarom" vraagt. Uiteindelijk stelt de volwassene een waarom-vraag terug: "Waarom zijn de bananen krom?". Het kind antwoordt nu op de waarom-vraag (waardoor de rollen even worden omgedraaid en het kind wordt afgeleid van het voortdurende "waarom" vragen).

In de jaren '70 was ook bekend als antwoord: "Als ze recht zijn dan vallen ze om".


Naar tekst Waarom zijn de bananen krom.





Wat je zegt ben je zelf


Opzegversje, opgezegd als kinderdreun.

Dit rijmpje wordt opgezegd als een kind een ander kind heeft uitgescholden. Het rijmpje kaatst het scheldwoord echter weer terug naar het scheldende kind.

Commentaar: de woorden 'zelf' en 'helft' worden uitgesproken met twee lettergrepen, als 'zellef' en 'hellef' (zonder -t om het te laten rijmen).

Het eerste zinnetje kan ook los worden gebruikt. De aanvulling (bekend in jaren '70) is er mogelijk later bijgekomen.


Naar tekst Wat je zegt ben je zelf.





We zaten met een zucht   (de Zeppelin)


Kinderliedje met gebaren.

Bij elk slotwoord wordt een gebaar gemaakt. Lucht: naar boven wijzen; schuitje: vingers in elkaar haken en wiegende beweging maken; tien: tien vingers opsteken; zien: handen voor ogen.

Steeds als het liedje wordt herhaald, wordt een slotwoord niet meer gezongen, maar alleen nog uitgebeeld. Het woord 'zucht' wordt vervangen door een diepe zucht. Bij een volgende herhaling worden 'zucht' en 'lucht' niet meer gezongen. Bij een volgende herhaling 'zucht, 'lucht' en 'schuitje'. Enzovoort.


Naar tekst We zaten met een zucht.





Zakdoekje leggen


Kinderspelletje voor peuters en kleuters.

De kindjes zitten in een kring met hun ogen dicht. Eén kindje sluipt tijdens het zingen zachtjes achter hun ruggen langs rond de kring. Op een willekeurig moment legt het kind de zakdoek achter de rug van één van de kindjes. Aan het einde van het liedje doen de kinderen hun ogen open en kijken of de zakdoek achter hun rug ligt.

Het kind dat de zakdoek vindt, moet nu proberen het eerste kind te tikken. Als het het kind lukt om snel genoeg op de lege plaats te gaan zitten, is het andere kind aan de beurt. Als het eerste kind echter getikt wordt, moet hij nog een keer met de zakdoek lopen.


Naar tekst Zakdoekje leggen.





Zo gaat de molen


Kinderliedje met gebaren.

Eerste coupletje: armen naar elkaar gebogen voor het lichaam, de handen draaien om elkaar heen op de maat. Het tweede coupletje wordt veel sneller gezongen. Ronddraaiende gebaar is hetzelfde, maar ook veel sneller.


Naar tekst en muziek Zo gaat de molen.





Zo gaat het damespaard


Beschrijving knieliedje.

Kind zit op schoot bij een volwassene, gezichten naar elkaar. De volwassene houdt het kind stevig vast bij de polsen. Tijdens 1e coupletje: volwassene wiegt benen heen en weer. Tijdens 2e coupletje: volwassene beweegt benen ongelijk op en neer. Tijdens 3e coupletje: volwassene beweegt benen gelijktijdig hoog op en neer. Op de laatste tel: benen gaan uit elkaar, zodat het kind naar beneden valt. De volwassene houdt het kind goed vast, zodat het niet de grond raakt.

Commentaar: oorspronkelijke tekst en melodie onzeker.


Naar tekst en muziek Zo gaat het damespaard.







Verjaardagsliedjes





Er is er één jarig


Verjaardagsliedje.

De jarige wordt toegezongen. Soms staat de jarige voor een groep kinderen, bijv. voor de klas. Soms staat de jarige op een (versierde) stoel. Op 'dat is hij' of 'dat is zij' wijst iedereen naar de jarige.

Elke keer als het woord 'hoera' wordt gezongen, steken degenen die het liedje zingen een arm of beide armen de lucht in.


Naar tekst en muziek Er is er één jarig.





Lang zal hij leven


Verjaardagsliedje.

De jarige wordt toegezongen. Soms staat de jarige voor een groep kinderen, bijv. voor de klas. Soms staat de jarige op een (versierde) stoel.

Eén iemand uit de groep zegt het woord 'hieperdepiep', waarop de hele groep 'hoera' uitroept. Bij het woord 'hoera' steekt iedereen een arm of beide armen de lucht in.


Naar tekst en muziek Lang zal ze leven.





O wat zijn we heden blij


Verjaardagsliedje.

De jarige wordt toegezongen. Soms staat de jarige voor een groep kinderen, bijv. voor de klas. Soms staat de jarige op een (versierde) stoel.

Tijdens het zingen van de laatste regel, kan een volwassene het kind optillen en hem tijdens 'zoooo.... groot' zo hoog mogelijk de lucht in houden.

Als kinderen zongen wij door het woord 'kaas' meestal het woord 'hagelslag' of ander broodbeleg dat wij lekkerder vonden dan kaas.


Naar tekst en muziek O wat zijn we heden blij.





Wel gefeliciteerd


Verjaardagsliedje.

De jarige wordt toegezongen. Soms staat de jarige voor een groep kinderen, bijv. voor de klas. Soms staat de jarige op een (versierde) stoel.

Op de melodie van het Engelse verjaardagsliedje: "Happy birthday to you / happy birthday to you / happy birthday dear ... [naam] / happy birthday to you". Ook de Engelse versie wordt wel gezongen.

Vele talen kennen een tekst op deze melodie. Bijv. Spaans: "Cumpleaños feliz / cumpleaños feliz / te deseamos ... [naam] / cumpleaños feliz". Het Frans: "Joyeux anniversaire" of "Bonne fête à toi". Het Duits: " Zum Geburtstag viel Glück / zum Geburtstag viel Glück / zum Geburtstag liebe ... [naam] / zum Geburtstag viel Glück!". Ook zongen wij als kinderen dit liedje wel "in het Chinees" ("Sjinge sjang sjong sjing sjang").

Het oorspronkelijke liedje luidde "Good morning to you / good morning to you / Good morning dear children / good morning to all" (tekst en muziek: Patty en Mildred Hill, Kentucky 1893).


Naar tekst en muziek Wel gefeliciteerd.





Hij leve hoog


Verjaardagsliedje.

De jarige wordt toegezongen. Soms staat de jarige voor een groep kinderen, bijv. voor de klas. Soms staat de jarige op een (versierde) stoel.


Naar tekst en muziek Hij leve hoog.





Cadeautje cadeautje een speelgoedbeer een bootje


Verjaardagsliedje voor verjaardagsfeestje.

Tijdens het kinderfeestje gaan de kinderen in een kring zitten. Ze zingen het liedje. Op het laatste woord, 'jij', wijst de jarige een kind aan. Dat kind geeft nu het verjaardagscadeautje aan de jarige en deze pakt het uit.

Als het cadeautje uitgebreid is bekeken en de gever is bedankt, wordt het liedje opnieuw ingezet en wordt een volgend kind aangewezen om zijn/haar cadeautje te geven. Het kan in willekeurige volgorde of je kan kloksgewijs de kring rond gaan.

Als tekst wordt dan gezongen "de tweede die wat geven mag". Zo wordt verder geteld ("de derde/vierde die wat geven mag", enz.) tot alle kinderen aan de beurt zijn geweest.


Naar tekst en muziek Cadeautje cadeautje een speelgoedbeer.





Wie is er morgen jarig?


Verjaardagsliedje.

Dit liedje wordt gezongen op de dag voor de verjaardag van het kind.


Naar tekst en muziek Wie is er morgen jarig.





 

Alle liedjes met gebaren, spelletjes of dansjes:
zoek kinderliedjes op thema


Of ga naar:
kinderliedjes  of  verjaardagsliedjes




<<  Info bij
oude kinderliedjes
Home Info bij  >>
liedjes schoolplein



       


Volksliedjes       Songteksten       Dutch children's songs

Home         Zoek         Links         Weblog         Gastenboek         Colofon